Door Gerjan Schoemaker van Meditatie Instituut Nederland
Mijn eigen weg naar deze traditie begon met een zoekopdracht: “meditatie Zwolle”. Zo kwam ik terecht bij Dingeman Boot. Zijn avonden waren niet even samen een uurtje mediteren en dan weer naar huis. De lessen duurden tweeënhalf uur, er werd ingegaan op de achterliggende psychologie en filosofie, en er was tijd voor persoonlijke begeleiding. Pas later begreep ik bij wie ik terecht was gekomen. Dingeman had onder meer les gehad van Sayadaw U Pandita, de directe opvolger van Mahasi Sayadaw. Zonder het te weten was ik in de lijn van Mahasi beland.
Het is ook de methode die ik nu zelf doorgeef, in de lessen en tijdens de vipassana-retraites die ik begeleid. In dit artikel vertel ik wat deze manier van mediteren inhoudt, hoe je het beoefent en wat je kunt verwachten als je er een retraite in gaat doen.
Wie was Mahasi Sayadaw?
Mahasi Sayadaw werd in 1904 geboren in Seikkhun, een dorp in het noorden van het huidige Myanmar. Zijn monniksnaam was U Sobhana. Mahasi verwijst naar het klooster waar hij lesgaf, Sayadaw is een Birmese eretitel voor een gerespecteerde leraar-monnik.
Hij was in de eerste plaats een geleerde, met een grondige kennis van de Pali-teksten en de commentaren. Toch vond hij studie alleen niet genoeg. Hij ging oefenen bij de Mingun Jetavana Sayadaw, die de Satipatthana sutta op een heel directe manier onderwees, en begon in 1938 zelf les te geven. In 1949 werd hij door de toenmalige premier U Nu naar Yangon gehaald om het meditatiecentrum Sasana Yeiktha te leiden. Van daaruit verspreidde de methode zich over Myanmar en later over de rest van de wereld. Tijdens het Zesde Boeddhistische Concilie (1954 tot 1956), waarin de Pali-canon opnieuw werd vastgesteld, was hij vragensteller en eindredacteur. Hij overleed in 1982.
Van zijn boeken is Practical Insight Meditation een goede, korte kennismaking. Het Manual of Insight, sinds 2016 volledig in het Engels verschenen, is zijn uitgebreide hoofdwerk.
De kern van de methode
Direct met inzicht beginnen
In veel tradities wordt eerst lange tijd concentratie ontwikkeld, soms tot in de meditatieve absorpties (jhana), en pas daarna vipassana. In de Mahasi-traditie kan je vanaf het begin met vipassana beginnen. Dit wordt ook wel droge vipassana genoemd.
Dat is niet omdat concentratie niet belangrijk is. Integendeel. Maar door aanhoudend opmerkzaam te zijn, wordt de geest vanzelf meer geconcentreerd. Concentratie is dan eerder een gevolg van de beoefening dan een voorwaarde. De Satipatthana sutta beschrijft bovendien hoe je opmerkzaam kunt zijn op de hindernissen, zoals onrust en verlangen. Die vallen in de diepere absorpties juist weg. Voor wie niet als monnik leeft, maakt dat vipassana goed bereikbaar.
Wel zeg ik erbij: als de geest meditatie na meditatie zo onrustig is dat het niet lukt om aandachtig te blijven, kan het helpen om eerst wat samatha te beoefenen. Tijdens de retraites die ik begeleid, beginnen we daarom meestal met samatha en gaan we daarna over op vipassana.
Het rijzen en dalen van de buik
Het primaire meditatie-object in de zitmeditatie is het rijzen en dalen van de buik. Niet de adem als idee, maar de sensaties van beweging, druk, uitzetten en terugzakken. De adem stuur je niet.
Het verschil met samatha zit in wat er gebeurt als iets anders sterker op de voorgrond komt. Dan laat je de buik even los en richt je je op dat wat zich aandient. Een geluid, pijn in de knie, onrust. Neemt het af, dan keer je terug.
Daarbij heb ik veel gehad aan een onderscheid dat ik ooit leerde op een retraite bij Henk Barendrecht: small, medium en large bezoekers. Small bezoekers komen en gaan terwijl je gewoon bij de buik kunt blijven. Die laat je voor wat ze zijn. Medium bezoekers trekken je weg. Je merkt het op, benoemt kort wat het was en keert vriendelijk maar resoluut terug. Large bezoekers vragen zoveel aandacht dat terugkeren niet lukt. Dan blijf je erbij en ontmantel je ze als het ware. Welke gedachten zijn er? Voelt het prettig, onprettig of neutraal? Wat neem je waar in het lichaam? Vaak neemt het daardoor in kracht af.
Benoemen
Het bekendste kenmerk van de Mahasi-methode is het benoemen, ook wel labelen of noting genoemd. Je geeft in stilte een kort woord aan wat je opmerkt. “Rijzen”, “dalen”. En als je afdwaalt, benoem je kort waar je was.
In de klassieke instructies wordt daarbij vaak een werkwoord gebruikt: denken, horen, voelen. Zelf raad ik dat af. Als je het benoemt als “denken”, impliceer je als het ware dat er iemand is die denkt. Ik benoem liever met zelfstandige naamwoorden. Niet denken, maar gedachten. Niet horen, maar geluid. Niet voelen, maar sensaties.
Wees daarbij voorzichtig met geluiden. Hoor je een vogel en benoem je het als “vogel”, dan zit je voor je het weet in een verhaal. Wat voor vogel zou dat zijn? Hoor je die vaak in Nederland? In het boeddhisme heet dat papanca, het uitdijen van gedachten. Benoem het daarom gewoon als “geluid”.
Benoemen is een hulpmiddel. Soms is opmerken al genoeg. En als de concentratie heel diep wordt, gaan de dingen op een gegeven moment zo snel dat je ze niet meer kunt benoemen. Dan mag het labelen loslaten.
Loopmeditatie
Loopmeditatie is in deze traditie geen pauze tussen het zitten door. Tijdens een retraite loop je ongeveer evenveel als je zit. Je loopt in straatjes, heen en weer over een paar meter, en voor je uitstapt of draait, benoem je eerst de intentie.
Meestal wordt het lopen uitgelegd in drie stappen. Als je nog wat sneller loopt, benoem je “links, rechts”. Als je vertraagt “heffen, plaatsen”, en daarna “heffen, bewegen, plaatsen”. Mij heeft het enorm geholpen om, als de aandacht verder ontwikkeld is, in zes delen te benoemen. Heffen als de hiel loskomt, optillen als de voet omhoog gaat, bewegen door de lucht, plaatsen als de voorvoet de grond raakt, neerzetten als de hak volgt, en dan het gewicht dat naar voren komt. Zo zie je veel beter wat er allemaal gebeurt tijdens één stap.
In de Satipatthana sutta staat het eenvoudig:
“Verder, wanneer een monnik loopt, weet hij: ‘Ik loop.’ Wanneer hij staat, weet hij: ‘Ik sta.’ Wanneer hij zit, weet hij: ‘Ik zit.’ En wanneer hij ligt, weet hij: ‘Ik lig.’”
(Majjhima Nikaya 10, vertaald uit de Engelse vertaling van Bhikkhu Sujato, SuttaCentral.)
Ook tijdens het eten en tandenpoetsen
Tijdens een Mahasi-retraite benoem je niet alleen tijdens de formele meditaties. Ook in de pauzes en bij alle dagelijkse handelingen. Kauwen, kauwen, slikken. Poetsen, poetsen, bewegen. Voor wie net begint is dat even wennen, en het kan wat mentaal voelen. Maar het maakt dat de aandacht de hele dag doorloopt, zonder gaten waarin je weer in gedachten wegzakt.
En vertraag. Vertraag, vertraag, vertraag. Als alles snel gaat, kunnen we de dingen alleen maar in concepten zien. Als je vertraagt, zie je het opkomen van een gedachte, het vasthouden eraan en het loslaten. Je ziet hoe je reageert op wat via de zintuigen binnenkomt. Daarom bewegen mensen tijdens zo’n retraite opvallend langzaam.
Een Mahasi-retraite: wat kun je verwachten?
Een vipassana-retraite in deze traditie is in stilte. Je wisselt de hele dag zitmeditatie en loopmeditatie af, eet in stilte, en er zijn regelmatig korte gesprekken met de begeleider. Daarin vertel je niet zozeer wat je ervan vindt, maar wat je hebt waargenomen. De begeleider kan dan bijsturen.
Een paar dingen die ik iedereen meegeef:
Bedenk geen oplossingen. Vaak zijn er nog losse eindjes als je de retraite ingaat. Een uitdaging, een keuze die je moet maken. Heb de intentie om daar niet mee bezig te zijn. De mind gaat er natuurlijk toch mee aan de haal. Tijdens mijn eerste retraite zat ik met een behoorlijke uitdaging, en hoewel mijn leraar nog had gezegd geen oplossingen te bedenken, had ik er op de eerste dag al een hele reeks bedacht. Toen ik uit de retraite kwam, waren de meeste niet meer relevant. Er was zo’n helderheid, zo’n intuïtief weten, dat wat eerst een probleem leek geen probleem meer was. Nu ik dat een paar keer heb meegemaakt, kan ik er tijdens een retraite om glimlachen als de mind weer aan het oplossen slaat. Ook grote keuzes bewaar ik, als het kan, tot na een retraite.
Laat verwachtingen los, maar houd vertrouwen. Als je verwacht bepaalde staten of een bepaalde concentratie te bereiken, zit dat de beoefening juist in de weg. Tegelijk vraagt het vertrouwen in het pad. Net als een bergbeklimmer die weet dat de top er is, maar gewoon stap voor stap klimt. Ademhaling voor ademhaling, voetstap voor voetstap.
Blijf tot het einde. Op de laatste dag kan het lichaam nog in het retraitecentrum zijn, terwijl de mind al thuis is. Mij helpt het dan om te bedenken dat alles van de dagen ervoor een voorbereiding was op deze laatste uren.
En houd er rekening mee dat het niet alleen rustig en prettig hoeft te zijn. Er kan onrust komen, verdriet, weerstand of vermoeidheid. Ook dat hoort erbij en is materiaal om op te merken. Daarom is goede begeleiding zo belangrijk.
Na een retraite kan de wereld er opvallend anders uitzien. Ik weet nog dat ik na een retraite door een straat in Zwolle fietste waar ik misschien wel duizend keer doorheen was gefietst. Ineens zag ik gebouwen en ornamenten die me nooit eerder waren opgevallen. Ik hoorde meer, de wind voelde anders. Het was alsof al mijn zintuigen beter werkten, omdat de mind minder vertroebeld was door gedachten en onrust.
De zestien fasen van inzicht
Mahasi Sayadaw beschreef in het Manual of Insight en in The Progress of Insight zestien fasen van inzicht, de vipassana nana’s. Hij bouwde daarbij voort op de Visuddhimagga en de commentaartraditie.
Globaal begint het met het onderscheiden van lichaam en geest en het zien van hun onderlinge afhankelijkheid. Daarna wordt het ontstaan en vergaan van verschijnselen steeds duidelijker, soms met veel helderheid en vreugde. Later komt de nadruk te liggen op het vergaan, en volgen de zogenoemde dukkha nana’s, die als confronterend of pijnlijk kunnen worden ervaren. Toch zijn die een teken van voortgang. Daarna kan de geest tot een diepe gelijkmoedigheid komen.
Het is vooral een kaart voor de begeleider. Wie tijdens het zitten probeert te bepalen in welke fase hij zit, is niet meer aan het opmerken maar aan het vergelijken. En in de praktijk verloopt het lang niet altijd zo netjes als op papier.
Mahasi Sayadaw of Goenka?
In Nederland en België is vipassana vooral bekend van de tiendaagse cursussen van S.N. Goenka. Goenka leerde de methode van U Ba Khin. Je begint met enkele dagen aandacht voor de adem bij de neus en gaat daarna over op het systematisch doorlopen van het lichaam. Er wordt niet benoemd, de instructies komen grotendeels via opnames en de cursussen hebben overal dezelfde vorm.
Het grootste verschil met de Mahasi-traditie is misschien wel de loopmeditatie. Daarnaast het benoemen, de persoonlijke begeleiding en de aandacht voor wat zich op dat moment aandient, in plaats van een vaste route door het lichaam. Veel retraites in de Mahasi-traditie worden bovendien begeleid door westerse leraren, wat voor sommige mensen de drempel wat lager maakt.
Welke beter is, vind ik geen zinvolle vraag. Het zijn verschillende ingangen. Het belangrijkste is een vorm die je lange tijd kunt volhouden, bij een leraar die je bij je past.
Mahasi vipassana in Nederland
Via leerlingen als U Pandita, Anagarika Munindra en Dipa Ma kwam de methode naar het Westen, onder meer naar de Insight Meditation Society die Joseph Goldstein, Sharon Salzberg en Jack Kornfield in 1975 oprichtten. Ook een groot deel van het huidige mindfulness-onderwijs is erdoor geïnspireerd.
In Nederland worden retraites in deze stijl onder meer georganiseerd via de Stichting Inzicht Meditatie (SIM). In Zwolle kun je kennismaken via de meditatieavonden en cursussen en de vipassana retraites. Wil je eerst meer weten over vipassana in het algemeen, lees dan ook wat is vipassana meditatie?
Gerjan Schoemaker is meditatieleraar en begeleidt vipassana-retraites en cursussen in de traditie van Mahasi Sayadaw. Hij is oprichter van Meditatie Instituut Nederland en hoofddocent van de erkende opleiding meditatieleraar.

