Vipassana betekent inzicht. Dat is meestal het eerste wat mensen horen als ze over vipassana meditatie lezen. Maar inzicht waarin?
In mijn lessen merk ik dat daar nog wel eens verwarring over is. Er wordt dan gedacht dat het gaat om inzicht in waarom je doet wat je doet. Dat je tijdens het mediteren gaat begrijpen waar bepaalde patronen vandaan komen, bijvoorbeeld uit je jeugd. Dat kan gebeuren, en soms zijn dat ook waardevolle inzichten. Maar daar is vipassana niet zozeer op gericht. Dat is allemaal verhaal. In het boeddhisme valt dat onder de conventionele werkelijkheid: de manier waarop we alles in concepten vangen en die concepten aan elkaar rijgen tot een verhaal over de wereld en over onszelf. Vipassana is gericht op iets anders. Op het direct zien van hoe de dingen werkelijk zijn, voorbij die concepten en verhalen.
In dit artikel ga ik daar wat dieper op in. Wat betekent vipassana precies, waar komt het vandaan, hoe ziet een meditatie er in de praktijk uit en hoe begin je ermee?
Wat betekent vipassana?
Vipassana is een Pali-woord. Pali is de taal waarin de vroege boeddhistische teksten zijn overgeleverd. Het wordt vertaald als inzicht, en vipassana meditatie heet in het Nederlands dan ook wel inzichtmeditatie. Inzicht dat uiteindelijk leidt tot wijsheid.
In het boeddhisme gaat het daarbij om inzicht in de drie karakteristieken van het bestaan. Dat klinkt misschien wat abstract, maar het zijn eigenlijk heel alledaagse dingen.
De eerste is anicca: alles is veranderlijk. Dat weten we ergens wel, en toch zien we de dingen meestal als iets vaststaands. Neem een boom. We hebben geleerd dat dat een boom is, en zo zien we hem ook. Maar wat er werkelijk is, zijn allemaal kleine materiële elementen die continu veranderen. Van dat proces maken wij in ons hoofd een ding. We zien de dingen dus vaak zoals we ze hebben geleerd, vanuit onze eigen projecties.
De tweede is dukkha. Dat wordt vaak vertaald als lijden, maar het gaat ook over alle vormen van stress en ongemak, en over het feit dat de dingen niet blijvend bevredigend zijn. Doordat alles verandert, kan niets ons blijvend vervullen. En toch grijpen we naar wat prettig is, proberen we dat vast te houden, duwen we weg wat onprettig is of vluchten we ervoor. Dat vastklampen aan wat verandert, leidt onvermijdelijk tot frictie.
De derde is anatta, niet-zelf. Er zit geen vaststaand ik achter wat je ervaart. Het grootste concept waar we ons aan vastklampen, is misschien wel het ik zelf: het lichaam, de gedachten, de herinneringen, de gevoelens. Het hele pakketje. Zelf noem ik het ook wel het egopakketje. We zien het als iets wat vaststaat van de geboorte tot aan de dood, terwijl het ook een veranderlijk proces is waarin geen kern te vinden is.
Het is niet de bedoeling dat je tijdens het mediteren over deze drie kenmerken gaat nadenken. Dat gebeurt natuurlijk wel, maar dat is niet de intentie. Het is eerder iets wat je in je achterhoofd meeneemt. Als er een gedachte opkomt, kun je zien dat die gedachte verandert, dat hij spontaan opkomt en dat er niet iemand is die hem bedenkt. Er is bewustzijn, en daarin wordt de gedachte herkend.
Waar komt vipassana vandaan?
Vipassana komt uit het Theravada-boeddhisme en is gebaseerd op de Satipatthana sutta, de toespraak van de Boeddha over de vier velden van aandacht. Die vier velden zijn het lichaam, de gevoelstonen (of iets prettig, onprettig of neutraal aanvoelt), de geest of gemoedstoestand, en de objecten van de geest. Door opmerkzaam te zijn op deze vier velden krijg je ook inzicht in het voorwaardelijke bestaan van de dingen: dat alles ontstaat doordat iets anders er is, en niets op zichzelf staat.
De sutta begint met deze woorden:
“Monniken, de vier vormen van meditatie van opmerkzaamheid zijn het pad dat samenkomt in één. Ze zijn er om levende wezens te zuiveren, om verdriet en geklaag achter zich te laten, om een einde te maken aan pijn en leed, om het systeem te ontdekken en om uitdoving te verwezenlijken.”
(Majjhima Nikaya 10, vertaald uit de Engelse vertaling van Bhikkhu Sujato op SuttaCentral.)
De vipassana zoals die nu in Nederland wordt beoefend, komt grotendeels uit Myanmar. Daar ontstonden in de twintigste eeuw twee bekende lijnen. De ene is die van Mahasi Sayadaw, waarin je het rijzen en dalen van de buik volgt en benoemt wat je opmerkt. Daarover schreef ik een apart artikel: vipassana meditatie in de traditie van Mahasi Sayadaw. De andere is die van U Ba Khin en S.N. Goenka, bekend van de tiendaagse cursussen.
Meer dan inzicht alleen
Vipassana is vooral gericht op inzicht. Maar in de praktijk is het ook twee andere dingen.
Het is een training om in het nu aanwezig te zijn. Je bent met je aandacht bij het rijzen en dalen van de buik, misschien een minuut, en voor je het weet komt er een gedachte binnen die uitgroeit tot een heel verhaal. Zodra je dat opmerkt, laat je het verhaal los. Niet vanuit verzet, maar vanuit zachtheid. Meer een loslaten dan een wegduwen. En dan kom je terug. Dat is eigenlijk de hele oefening, en die werkt door in je dagelijks leven. Je merkt vaker op dat je in je hoofd zit, en je kunt makkelijker terugkomen in het moment.
En het is een zuivering van de geest. De mind, zoals ik het liever noem, is vaak vertroebeld. Door gedachten, maar ook door wat in het boeddhisme de vijf hindernissen heten: zintuiglijk verlangen, afkeer, sufheid, onrust en twijfel. Hoe meer daarvan aanwezig is, hoe minder scherp je ziet. Zelf zie ik elke ademhaling waarbij ik helemaal aanwezig ben als een soort opschoning. Alsof je telkens een doekje over een vieze geest haalt. Dat helpt mij ook om gemotiveerd te blijven, juist op de dagen dat het mediteren niet vanzelf gaat.
Wat daarbij vaak wordt onderschat, is dat vipassana inzet vraagt. Het is geen achteroverleunen en ontspannen. Ontspanning kan een vrucht van de beoefening zijn, maar zonder inzet dwaal je af en blijf je afdwalen. Aandacht en inzet samen maken dat er concentratie kan ontstaan.
Hoe ziet een vipassana meditatie eruit?
Je zit rechtop maar ontspannen, op een kussen, bankje of stoel. Je brengt je aandacht naar een primair meditatie-object. In de traditie waarin ik lesgeef is dat het rijzen en dalen van de buik bij het ademen. Bij loopmeditatie zijn het de voeten.
Het verschil met samatha, meditatie gericht op kalmte en concentratie, zit in wat er gebeurt als iets anders je aandacht vraagt. Bij samatha breng je de aandacht direct terug naar het meditatie-object. Bij vipassana laat je de aandacht rusten bij wat zich aandient. Komt er een vliegtuig over, dan wordt het geluid even je meditatie-object. Je kunt het kort benoemen als “geluid”. Neemt het af, dan keer je terug naar de buik.
Doe je dit langere tijd, bijvoorbeeld tijdens een retraite, dan kan de concentratie zo sterk worden dat je de buikademhaling op een gegeven moment niet meer als buikademhaling ervaart. Er zijn alleen nog sensaties, die heel snel opkomen en weer verdwijnen. Daar zie je de veranderlijkheid dan direct, niet omdat je erover nadenkt, maar omdat de mind helder genoeg is om het te zien.
Een meditatie duurt meestal twintig minuten tot een uur. Voor een beginner is twintig minuten al heel wat.
Vipassana en samatha
Samatha en vipassana worden vaak tegenover elkaar gezet, maar in de praktijk lopen ze steeds meer in elkaar over. Ook bij vipassana ontstaat concentratie, en vanuit een kalme, geconcentreerde geest verdiept het inzicht zich vanzelf. Tijdens de retraites die ik begeleid beginnen we daarom vaak met samatha, om de mind eerst wat tot rust te laten komen.
Zelf vind ik het belangrijk om beide goed onder de knie te krijgen. Ik beoefen tegenwoordig eigenlijk vooral samatha. Maar door de jaren vipassana is er een helder weten bij alles wat voorbijkomt, en inzicht in hoe het afhankelijk van andere dingen ontstaat. Daar heb ik niet meer een aparte techniek voor nodig.
Moet je beginnen met een tiendaagse retraite?
Nee. Veel mensen kennen vipassana van de tiendaagse cursussen in de traditie van Goenka. Voor Nederland en Vlaanderen is het centrum Dhamma Pajjota in Dilsen-Stokkem, in Belgisch Limburg, de bekendste plek. Veel mensen hebben daar waardevolle ervaringen opgedaan.
Toch zou ik niet zonder ervaring met een retraite van tien dagen in stilte beginnen. Intensieve meditatie is niet alleen rustgevend. Doordat je met je aandacht naar binnen keert, kun je ook dingen tegenkomen die je lange tijd hebt weggedrukt. Dat hoeft niet negatief te zijn. Onprettig is niet hetzelfde als slecht, en in de traditie wordt het ook gezien als onderdeel van het pad. Maar het vraagt wel dat je er een beetje op voorbereid bent en goed begeleid wordt.
Mijn advies is meestal om het rustig op te bouwen. Eerst een half jaar tot een jaar onder begeleiding mediteren, bijvoorbeeld op een wekelijkse avond. Dan eens een drie- of vierdaagse retraite. En daarna, als dat goed voelt, een langere. Ben je in behandeling voor psychische klachten, overleg dan eerst met je behandelaar.
Zelf beginnen
Wil je het zelf proberen, dan kan dat thuis. Ga zitten, sluit je ogen en ga eerst even na hoe je erbij zit. Is het rustig of druk in het hoofd? Is het lichaam gespannen of ontspannen? Er hoeft niets te veranderen. Breng je aandacht dan naar de buik en volg het rijzen en dalen. Merk je dat je bent afgedwaald, benoem dan kort waar je was, bijvoorbeeld “gedachten” of “geluid”, en keer vriendelijk terug.
Tien tot twintig minuten per dag is een mooi begin. Regelmaat is belangrijker dan lengte.
Na een tijd alleen oefenen is het fijn om samen te mediteren en vragen te kunnen stellen. In Zwolle kan dat bij de meditatieavonden en cursussen en de vipassana retraites.
Gerjan Schoemaker is meditatieleraar bij Meditatie Instituut Nederland en begeleidt vipassana-avonden, cursussen, retraites en een meditatieopleiding in Zwolle.

